11. Overheadkosten 2018

Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, schrijft vanaf begrotingsjaar 2017 het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorschriften voor, dat in de begroting een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. Dit overzicht presenteren we in programma 11.

Met dit nieuwe programma voldoen we dus aan de nieuwe BBV voorschriften. De kosten worden niet meer, zoals voorheen, geraamd op de (hulp-) kostenplaatsen, waarna deze als apparaatskosten werden doorbelast aan de programma’s. In de programma’s 0 tot en met 10 staan vanaf 2017 alleen de kosten van de medewerkers van een bepaalde afdeling die direct verband houden met het betreffende taakveld (en daarom ook niet centraal moeten worden begroot). Deze kosten verdelen we op basis van productieve uren en rekenen we vervolgens toe aan de programma’s/ taakvelden. 

Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces, en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, introduceert het BBV een definitie van de overhead. Door het gebruik van deze definitie geven we eenduidig inzicht in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden en welke kosten geen betrekking hebben op het primaire proces. Deze laatste kosten worden niet in de programma’s 0 tot en met 10 geraamd, maar komen centraal als overheadkosten in programma 11. Denk hierbij bijvoorbeeld aan management, financiën, huisvesting en documentaire informatievoorziening. 

Door de kosten van overhead voortaan centraal te begroten en te verantwoorden, is het niet langer noodzakelijk dat deze informatie in de paragraaf bedrijfsvoering wordt opgenomen. Hierdoor neemt ook de vergelijkbaarheid toe van de kosten van overhead en de kosten van het primair proces.