10. Algemene baten en lasten Exploitatie

Exploitatie

Beleggingen

Volgens het jaarverslag 2017 van de Bank voor Nederlandse Gemeenten bedraagt het dividend over 2017 € 2,53 per aandeel. Eersel bezit 121.021 aandelen BNG. Dit komt overeen met een dividenduitkering van € 306.183,--.

In de begroting 2018 is een opbrengst geraamd van € 150.000,--. Het is niet duidelijk of deze hogere uitkering een structureel dan wel incidenteel karakter heeft. Daarom zal vooralsnog van de hogere opbrengst van € 156.183,-- een bedrag van € 75.000,-- worden aangemerkt als een structurele verhoging en het restant (€ 81.183,--) als incidenteel.

Baten OZB (eigenaarsgedeelte)

Op basis van de definitieve aanslagen 2018 blijkt dat de opbrengst ongeveer € 40.000,-- hoger is dan geraamd. Hierbij wordt opgemerkt dat bij de tariefberekening in november 2017 nog niet alle WOZ-waarden per 1 januari 2018 (waarde peildatum 1 januari 2017) bekend waren en er tevens sprake is van een hoger aantal nieuwbouw en in aanbouw zijnde woningen.

Baten OZB (gebruikersgedeelte)

Op basis van de definitieve aanslagen 2018 blijkt dat de opbrengst ongeveer € 20.000,-- hoger is dan geraamd. Ook hierbij geldt dat bij de tariefberekening in november 2017 nog niet alle WOZ-waarden per 1 januari 2018 (waarde peildatum 1 januari 2017) bekend waren en er tevens sprake is van een hoger waarde voor bedrijven.

Algemene uitkering

Maartcirculaire 2018

Bij de uitgangspunten voorjaarsnota/begroting 2019-2022 (raad 8 maart 2018) werd verwezen naar de raadsinformatiebrief van 28 november 2017 waarin u werd geïnformeerd over de mogelijke positieve gevolgen van Startnota/Regeerakkoord. Hierin werd onder andere aangegeven dat de exacte vertaling van deze Startnota wellicht pas zou geschieden in de mei-circulaire 2018. Inmiddels heeft de minister echter besloten om – vooruitlopend op de meicirculaire – een extra maartcirculaire 2018 uit te brengen. Hiermee beschikken de nieuwe colleges en raden over de meest actuele informatie.

Op 14 februari 2018 hebben het kabinet, VNG, IPO en de Unie van waterschappen het InterBestuurlijk Programma (IBP) afgesproken, genaamd “Samen meer bereiken”. Hierbij is afgesproken dat alle overheden zich financieel inzetten voor een tiental maatschappelijke opgaven. Daartoe stelt het rijk accres en middelen beschikbaar via het gemeentefonds. Hierbij gaat het kabinet er van uit dat gemeenten vanuit eigen middelen een bijdrage zullen leveren en door de verruiming van de normeringsmethodiek en stijging van de rijksuitgaven gaan de gemeenten fors “trap op” (stijging accres).

Het VNG-bestuur vindt het een redelijk uitgangspunt van het rijk dat de gemeenten vanuit de eigen middelen een bijdrage zullen leveren, maar is tevens van mening dat gemeenten zelf moeten kunnen bepalen hoe zij geld uit de algemene uitkering wil inzetten.

Het accres stijgt aanzienlijk vanaf 2018 en voor de jaren 2019 en volgende worden deze effecten meegenomen in de voorjaarsnota 2019-2022. Het effect voor 2018 wordt in deze 1e bestuursrapportage 2018 verwerkt en betreft het volgende:

Het accres voor 2018 stijgt met ruim € 300 miljoen echter voor 2018 wordt vervolgens (incidenteel) hierop € 100 miljoen in mindering gebracht, zodat het netto-effect ongeveer € 200 miljoen bedraagt. Dit betekent voor de gemeente Eersel een stijging van de algemene uitkering 2018 met € 175.000,--.

De vermindering met € 100 miljoen houdt verband met het feit dat gelijktijdig met het IBP is afgesproken om een tijdelijke voorziening te treffen voor gemeenten, die geconfronteerd worden met stapeling van tekorten bij de uitvoering van de taken in het sociaal domein.

Aangezien er de komende maanden met betrekking tot het IBP nog veel zal moeten worden uitgewerkt, wordt voorgesteld om tegenover de hogere algemene uitkering ad € 175.000,-- voor hetzelfde bedrag voor 2018 een stelpost op te nemen “Uitvoering IBP”.

Stelposten “Reservering accres” en “Reservering BCF-plafond”

In de begroting 2018 is vanaf 2019 – op grond van het voorzichtigheidsprincipe - een stelpost “reservering accres” opgenomen omdat er in het verleden (de jaren vóór 2016) telkens sprake was van een neerwaartse bijstelling van eerder aangekondigde hogere accressen. De stelpost is (na de 1e begrotingswijziging 2018) als volgt:

2018: €       0,00

2019: € 100.000

2020: €   61.307

2021: €   27.873

Daarnaast is er ook vanaf 2018 een stelpost “Reservering BCF-plafond”  opgenomen, te weten:

2018: €   75.000

2019: € 126.000

2020: € 143.000

2021: € 143.000

Naar de inschatting van het ministerie van Financiën gaan de gemeenten de komende jaren nog minder BTW declareren bij het rijk dan het daarvoor geldende BCF-plafond. Het niet gedeclareerde deel wordt gestort in het gemeentefonds. Indien het BCF-plafond wordt overschreden is het omgekeerde van toepassing en zal er dan een korting op het gemeentefonds plaatsvinden. Er worden nog steeds structureel forse bedragen geraamd in de algemene uitkering terwijl er nog veel onzekerheid is omtrent de gemeentelijke investeringen de komende jaren waardoor het BCF-plafond dichterbij komt. Gelet op de onzekerheid over de gemeentelijke investeringen wordt er (vanaf begrotingsjaar 2016) een structurele stelpost geraamd om eventuele tegenvallers op dit terrein op te kunnen vangen. Nu de recessie voorbij is zullen de gemeenten een opgelopen investeringsachterstand gaan inlopen, zeker met de fors toegenomen accressen.

Kortom de ruimte onder het BCF-plafond kan (nog steeds) niet als volledig vrij inzetbaar worden beschouwd, waardoor de stelpost van € 75.000,-- oplopend naar € 143.000,-- in feite te laag is. Aangezien er vanaf 2017 geen tegenvallers meer zijn geweest in het accres, sterker nog er was enkele sprake van (forse) meevallers, wordt voorgesteld de stelpost “Reservering accres” (vanaf 2019)  op te heffen en gelijktijdig de stelpost “Reservering BCF-plafond” vanaf 2019 als volgt te ramen:

2018: €   75.000

2019: € 226.000

2020: € 204.307

2021: € 170.873

Stelpost 3D

In programma 0 en 1 zijn diverse 3D posten bijgesteld hetgeen leidt tot hogere lasten voor de jaren 2018 t/m 2022 van respectievelijk € 165.742,--, € 148.065,--, € 178.496,--, € 144.475,-- en € 144.475,--. Het betreffen de posten met kenmerk “(3D)”. Conform de bestaande methodiek werden tot op heden de 3D uitgaven en rijksuitkering 3D per saldo budgettair neutraal geraamd door het saldo te ramen op de stelpost 3D. In onderstaand schema wordt het verloop van deze saldi weergegeven rekening houdende met bovenstaande mutaties.

2018 2019 2020 2021 2022
Stelpost 3D (cfm laatste info Raadsvoorstel SK van 19 -12-2017) -86.253 -120.125 -79.898 -164.381 -164.381
Mutatie 1e bestuursrapportage 2018 -165.742 -148.065 -178.496 -144.475 -144.475
Saldi stelpost 3D ná mutatie -251.995 -268.090 -258.394 -308.856 -308.856

Aangezien de 3D rijksuitkering vanaf 2019 grotendeels niet meer afzonderlijk wordt weergegeven, maar verdeeld gaat worden over de maatstaven wordt het volgen van de 3 D uitgaven versus rijksinkomsten niet meer mogelijk. Gelet op de hoge tekorten voor de jaren 2018-2022, zoals deze nu via de stelpost 3D worden geprognosticeerd, wordt voorgesteld om vanaf 2018 de stelpost 3D op te heffen en de tekorten ten laste te brengen van de exploitatie. Hierbij kan tevens worden opgemerkt dat het vanuit provinciaal toezicht niet acceptabel is om een negatieve stelpost op te nemen in de begroting.