0. Sociale voorzieningen Exploitatie

Algemene opmerking bij programma 0:

De rapportage en  cijfers van de ISD (inclusief drie decentralisaties) laten nog geen trend zien, waardoor er bij diverse begrotingsposten nog sprake is van sterke fluctuaties.

WSW

In de begroting is de volledige (resterende) participatieuitkering als doorbetaling aan de WVK geraamd. Vanaf 2019 heeft het rijk de 3D rijksuitkering voor een groot gedeelte overgeheveld naar de algemene uitkering, waarin deze wordt verdeeld via de  uitkeringsmaatstaven. De rijksuitkering Participatiewet/WSW wordt echter nog wel als integratie-uitkering uitgekeerd. Deze integratieuitkering bestaat naast de WSW uitkering tevens uit een component wajong/begeleiding. Deze laatste component hoeft niet doorbetaald te worden en betekent een voordelig effect voor 2019 van € 109.173,-- oplopend tot  € 139.795,-- in 2022.

WWB-Werkdeel Participatiebudget

Op basis van de resultaten, met structureel afnemende netto lasten, wordt voorgesteld de begroting naar beneden bij te stellen. Voorgesteld wordt om het budget voor arbeidsre-integratie van € 76.752,--  te verlagen met € 26.752,--. Per saldo leidt dit tot een resterend budget van € 50.000,--.

BUIG

Gemeenten ontvangen de gebundelde uitkering (hierna BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader onder andere de Participatiewet, levensonderhoud startende ondernemers, beschut werk (BW) en voor de inzet van loonkostensubsidie (LKS). In de prognose van de lasten is rekening gehouden met een afname van het aantal uitkeringsgerechtigden ten opzichte van het aantal ultimo 2018. Tegelijkertijd verwachten we een toename van het aantal LKS/BW-plaatsingen.  Uitgangspunt bij de lasten LKS is dat de hoogte van de LKS gemiddeld 52 % bedraagt.

De verwachte volumedaling vertaalt zich niet in een overeenkomstige daling van de BUIG-lasten. Dit heeft met name te maken met het feit dat er niet in alle gevallen sprake is van “de wet van communicerende vaten” tussen LKS-lasten en BUIG-lasten. De inzet van LKS/beschut werk leidt weliswaar in een aantal gevallen tot lagere Participatiewet (onderdeel inkomen) lasten, maar afhankelijk van de individuele situatie kunnen de LKS-lasten in bepaalde gevallen hoger zijn dan de besparing op de uitkeringslasten, bijvoorbeeld bij plaatsing van een niet-uitkeringsgerechtigde. 

Ten aanzien van de primitieve begroting 2019 (ad. € 2.010.000,--) wordt een aantal aanpassingen voorgesteld. Bij het bepalen van de omvang hiervan is rekening gehouden met de uitgaven over het eerste kwartaal 2019. De hoogte van de (voorlopige) BUIG-uitkering 2019 is in september 2018 vastgesteld. De definitieve BUIG-uitkering 2019 wordt in het najaar 2019 bekend gemaakt (conform de bestaande systematiek). De verwachte uitgaven met betrekking tot de BUIG bedragen € 1.962.000,--, de verwachte baten bedragen € 35.000,--, per saldo resulteert dit in een voorstel tot neerwaartse bijstelling van de begroting van € 83.000,--. 

In de meerjarenraming 2020-2023 is uitgegaan van een afname van het bijstandsvolume met 7,5% in 2020. Voor de jaren 2021 en verder stellen we vooralsnog het volume op het niveau van ultimo 2020. Voorgesteld wordt om de begroting neerwaarts bij te stellen  met € 86.500 wat leidt tot een begroting van € 1.923.500 vanaf 2020. Vanaf 2021 wordt de rijksuitkering geraamd conform de uitgaven. Aangezien de rijksuitkering vertraagt meebeweegt (t-2) met de uitkeringskosten wordt voorgesteld wordt om enkel incidenteel voor 2019 en 2020 € 100.000,- van de rijksuitkering te laten vrijvallen ten gunste van de exploitatie. Derhalve wordt voorgesteld om de rijksuitkering BUIG voor de jaren 2019 t/m 2023 bij te stellen met respectievelijk: 2019 € 64.484,-- (positief), 2020 € 60.984,-- (positief), 2021 € 39.016,-- (negatief), 2022 € 39.016,-- (negatief), 2023 € 39.016,--. In de begroting 2019 is structureel nog rekening gehouden met een eigen risico met betrekking tot de vangnetregeling van € 47.784,--. Gelet op bovenstaande afname van het bijstandsvolume kan deze raming structureel vanaf 2019 vervallen en is daardoor sprake van een structureel voordelig effect op de exploitatie van € 47.784,--. 

Bijzondere bijstand

Aan de hand van de jaarrekening 2018 wordt de begroting van 2019 voor bijzondere bijstand en minima-regelingen aangepast. De Participatieregeling 18+ is een nieuwe regeling en moeilijk te begroten vanwege het gebrek aan referentiegegevens. Het budget voor de Participatieregeling 18+ is in 2018 onderbenut en de begroting 2019 is hierop aangepast. De komende jaren zal de bekendheid en het bereik van de regeling stijgen. De meerjarenbegroting houdt hiermee rekening. 

Voor de collectieve zorgverzekering, onderdeel van de minimaregelingen, geldt een toename van de uitgaven doordat er een wijziging heeft plaatsgevonden in de aanmeldprocedure. Die loopt nu via www.gezondverzekerd.nl. Dit heeft tot hogere lasten geleid. Voor de gemeente Eersel bedraagt de prognose van de lasten 2019 € 333.000, waar € 382.000,-- is begroot. Derhalve wordt voorgesteld de begroting met € 49.000,-- neerwaarts bij te stellen.

Armoedebestrijding

Het college heeft besloten om met inachtneming van artikel 5 lid 5 van de "Financiële verordening  gemeente Eersel 2017" (regeling “Kleine kredieten”) het onderzoek “de armoedemonitor” uit te laten voeren door het Rural Data Center. Voorgesteld wordt om deze lasten ad. € 7.000.-- ten laste van de post armoedebestrijding te brengen. De resultaten van de armoedemonitor en evaluatie van minimabeleid kunnen gebruikt worden om gericht armoede te bestrijden. De Kempengemeenten en ISD de Kempengemeenten hebben dan inzicht in het gebruik en niet-gebruik van regelingen en de concentratie van de doelgroep. Op basis van data kunnen de Kempengemeenten en ISD de Kempen samen met maatschappelijke ketenpartners en dorpsraden acties ondernemen om de (verborgen) doelgroep te bereiken en informeren over de regelingen.

Integratie statushouders

In de begroting 2019 wordt middels een stelpost structureel  rekening gehouden met een rijksbijdrage ad € 71.000, zijnde 30 statushouders á € 2.370. Nu blijkt dat niet alle statushouders in aanmerking komen voor deze vergoeding, slechts zij die verplicht een inburgeringscursus volgen komen voor deze rijksvergoeding in aanmerking. Daarom wordt voorgesteld om deze rijksvergoeding te verlagen met € 47.300, waarna nog met 10 vergoedingen rekening wordt gehouden. Deze lagere rijksvergoeding kan deels worden opgevangen door de nog resterende stelpost “statushouders” ad € 23.000 te laten vervallen, zie ook hiervoor programma 10. De invulling van de functie 3D regisseur en  vluchtelingencoördinator resulteert in een positief effect van € 14.541. Aangezien de vluchtelingencoördinator  in dienst is bij de gemeente Eersel wordt voorgesteld om het geraamde inhuurbudget ad € 39.000 af te ramen en de salariskosten € 24.459 te verwerken in programma 11.