Dekkingsmiddelen en stelposten 2019

Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019
Lokale heffingen
Onroerende zaakbelastingen 3.415 3.466 3.568
Toeristenbelasting 384 340 380
Forensenbelasting 31 30 30
Precariobelasting 26 31 26
Reclamebelasting 51 50 50
Algemene uitkering gemeentefonds 14.619 15.532 21.545
Integratie-uitkering (IU) Sociaal domein 9.413 8.715 3.763
Dividend BNG 198 306 225
Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente ten gunste van de exploitatie) 166 115 115
Totaal algemene dekkingsmiddelen 28.303 28.585 29.702

Lokale heffingen

Op deze plaats wordt voor bovenstaande belastingen verwezen naar paragraaf 1 “Lokale heffingen”.

Algemene uitkering gemeentefonds

De raming van de algemene uitkering 2019 is gebaseerd op de meicirculaire 2018. Op grond van de meicirculaire 2018 wordt de algemene uitkering (inclusief het deelfonds sociaal domein) voor de meerjarenbegroting 2019-2022 geraamd op (bedragen x € 1.000):                                             

2019 2020 2021 2022
Algemene uitkering 21.545 21.899 22.142 22.333
Algemene uitkering (IU sociaal domein) 3.763 3.637 3.550 3.508
Totaal algemene (incl. IU sociaal domein)  25.308 25.536 25.692 25.841

Volledigheidshalve wordt op deze plaats verwezen naar de in de begroting 2019-2022 opgenomen stelposten van € 127.500,-- (ruimte onder het BCF-plafond op basis van standpunt provincie) en € 71.000,-- (decentralisatie-uitkering statushouders) (zie paragraaf 2 van dit hoofdstuk: “Stelposten”).

Stelposten 

In de begroting 2019 is naast de stelposten voor onvoorziene uitgaven en lasten van het meerjarig investeringsprogramma, tevens een aantal overige stelposten opgenomen. De in de begroting 2019-2022 opgenomen stelposten zijn in het volgend overzicht opgenomen.

Stelposten 2019 2020 2021 2022
Stelpost onvoorziene uitgaven
Onvoorzien 40.000 40.000 40.000 40.000
Stelpost lasten investeringsprogramma 2019-2022 (zie ook investeringsprogramma 2019-2022) 113.410 146.507 161.332 159.191
Overige stelposten (negatief bedrag: voordelig / positief bedrag: nadelig)
Voordeel op geraamde rentelasten investeringen (onderuitputting kapitaallasten 1e jaar conform provinciaal toezicht) -18.510 -4.540 -2.320 -280
Stelpost uitbreiding formatie (uitvoeringskosten Wmo) 50.000 50.000 50.000 50.000
Stelpost garantiebanen (participatiewet) 0 29.000 29.000 29.000
Stelpost statushouders 23.000 23.000 23.000 23.000
Stelpost armoedebestrijding 30.500 30.500 30.500 30.500
Stelpost uitvoering IBP 125.000 150.000 175.000 200.000
Stelpost verhoging pensioenpremie ABP 75.000 50.000 50.000 50.000
Stelpost schulden en armoede 14.000 14.000 0 0
Stelpost hogere programmakosten Wmo a.g.v. invoering abonnementstarieven  75.000 150.000 225000 300000
Stelpost lagere eigen bijdrage Wmo 130.000 130.000 130.000 130.000
Stelpost loon-prijsstijging overgehevelde posten sociaal domein 175.000 175.000 175.000 175.000
Stelpost uitbreiding dorpsparticipatie (naar 1 fte) 60.000 60.000 60.000 60.000
Stelpost verhoging ICT-budget 20.000 20.000 20.000 20.000
Stelpost GR Samenwerking Kempengemeenten 0 0 100.000 100.000
Stelpost ruimte onder het BCF-plafond -127.500 -127.500 -127.500 -127.500
Stelpost decentralisatie-uitkering statushouders -71.000 -71.000 -71.000 -71.000
Subtotaal overige stelposten 560.490 678.460 866.680 968.720
Totaal stelposten (saldo uitgaven/inkomsten)  713.900 864.967 1.068.012 1.167.911

Toelichting op de overige stelposten

Voordeel op geraamde rentelasten investeringen (onderuitputting)

Conform het provinciaal toezicht, worden de kapitaallasten in het meerjarig-investeringsprogramma volledig geraamd. Het feit dat in het eerste jaar - conform de financiële verordening – wordt uitgegaan van een half jaar kapitaallasten, ziet de provincie als incidentele onderuitputting, zodat deze voor de helft als (incidentele) onderuitputting worden geraamd.

Stelpost uitbreiding formatie (uitvoeringskosten Wmo)

De huidige formatie is al erg krap afgezet tegen het aantal aanvragen en de toegenomen complexiteit van de hulpvragen. De wachttijd  voor een eerste afspraak voor een huisbezoek loopt daardoor op naar ongeveer drie à vier weken. Een ongewenste ontwikkeling, die naar verwachting alleen nog maar wordt versterkt door de nieuwe maatregel van het rijk. De invoering van de abonnementstarieven heeft namelijk ook als gevolg dat het aantal aanvragen naar verwachting buitenproportioneel gaat toenemen. De formatie van het Wmo-loket is dan niet toereikend om de toename van het aantal aanvragen tijdig te kunnen afhandelen. Gebleken is ook dat de huidige formatie van het Wmo-loket in onze gemeente veel lager is in vergelijking met de formatie van soortgelijke loketten in omliggende gemeenten. Voorgesteld wordt om in 2019 de bestaande stelpost Vernieuwing maatschappelijke ondersteuning van structureel € 50.000,-- te benutten voor uitbreiding van de formatie van het Wmo-loket.

Stelpost garantiebanen

Op 31 mei 2016 heeft de raad het voorstel Uitvoering participatiewet in de Kempen behandeld. Hierin waren onder andere de kosten van de garantiebanen opgenomen. Zoals is aangegeven bij de 1e bestuursrapportage 2018, zijn in 2018 2,4 garantiebanen gerealiseerd. Gelet op de taakstelling van 4,81 garantiebanen van 25,5 uren (2023), wordt voorgesteld om voor de begrotingsperiode 2019-2022 het aantal reeds vanaf 2020 te laten groeien naar 4,81 garantiebaan. Het is vooraf niet bekend welk organisatieonderdeel deze medewerkers worden geplaatst, zodat vanaf 2020 een stelpost van € 29.000 wordt opgenomen (ten behoeve van 2,4 garantiebaan).

Stelpost statushouders

De huisvesting en integratie van statushouders is een wettelijke taak. Het organiseren van huisvesting, het verkrijgen van draagvlak onder de bewoners en de integratie van de statushouders vraagt de afgelopen jaren meer inspanning dan voorheen. In de op 25 maart 2016 door de provincie Noord-Brabant verstuurde Begrotingscirculaire 2016, wijst ook de provincie op het belang om in de begroting 2017-2020 rekening te houden met de toegenomen kosten voor huisvesting en sociale voorzieningen. De kosten voor sociale voorzieningen zijn rechtstreeks afhankelijk van het aantal statushouders. Er wordt een grotere rol voorzien voor  de ISD, gemeente en ook voor andere (welzijns-)organisaties. Ook vrijwilligersorganisatie Vluchtelingenwerk Eersel is niet toegerust op de grotere instroom en moet beter worden geëquipeerd. Daarnaast is er budget nodig om incidentele kosten, bijvoorbeeld voor draagvlakvergroting, te dekken. Gelet op het voorgaande is bij de eerste bestuursrapportage 2016 besloten om voor de jaren 2016-2020 een stelpost in de begroting op te nemen van € 60.000,- per jaar.  Deze stelpost is voor de jaren 2016 en 2017 (gedeeltelijk) incidenteel ingezet voor onder andere het realiseren van internetaansluitingen de en inhuur van een tijdelijke coördinator. Vanaf begrotingsjaar 2017 (1e bestuursrapportage 2017)  wordt op grond van de notitie Integratie, participatie en inburgering statushouders in Eersel rekening gehouden met een structurele uitgavenpost van € 108.000,-- (gebaseerd op 40 statushouders waarvan 30 statushouders > 18 jaar). De rijksvergoeding (zie ook de toelichting bij onderstaande stelpost ‘decentralisatie-uitkering statushouders’) wordt geraamd op € 71.000,-- per jaar. Het tekort van € 37.000,-- wordt  vanaf 2019 in mindering gebracht op de stelpost van € 60.000,--, zodat er nog een stelpost  resteert van € 23.000,--.

Stelpost armoedebestrijding

In de decembercirculaire 2016 was voor 2017 een bedrag van € 100.000.000,-- opgenomen voor de armoedebestrijding van kinderen. In de begroting 2018-2021 werden deze middelen voor Eersel gereserveerd door het opnemen van een stelpost van € 52.000,-- per jaar. Bij raadsbesluit van 21 november 2017 is het minimabeleid 2018-2022 en is in het raadsvoorstel tevens aangegeven dat bij de 2e bestuursrapportage 2018 zal worden bezien in hoeverre op basis van de ISD-rapportage het restant van € 30.500,-- kan vrijvallen dan wel ingezet dient te worden.

Stelpost uitvoering Interbestuurlijk Programma (IBP)

Op 14 februari 2018 is in het IBP Samen meer bereiken afgesproken dat alle overheden zich gezamenlijk inzetten voor de volgende tien grote maatschappelijke opgaven:

Opgave
Fysiek  1. Samen aan de slag voor het klimaat
 2. Toekomstbestendig wonen
 3. Regionale economie als versneller
 4. Naar een vitaal platteland
Sociaal  5. Merkbaar beter in het sociaal domein
 6. Nederland en Migrant goed voorbereid
 7. Problematische schulden voorkomen en oplossen
Overkoepelend  8. Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving
 9. Passende financiële verhoudingen
10. Overkoepelende thema's

Er zal met betrekking tot het IBP nog veel moeten worden uitgewerkt. Voor 2018 is in de eerste bestuursrapportage 2018 - op basis van de maartcirculaire - de stelpost Uitvoering IBP ingevoerd voor een bedrag van € 175.000,--. Gelet op de forse toename van het accres voor de jaren 2019-2022 werd bij de voorjaarsnota 2019-2022 voorgesteld om, mede in afwachting van de meicirculaire 2018, voor 2019 € 300.000,-- op te nemen en dit bedrag voor de jaren 2020-2023 jaarlijks te laten stijgen met € 50.000,--.

Stelpost verhoging pensioenpremie Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP)

Op 22 juni jongstleden heeft het ABP - onder andere op verzoek van de VNG – de geschatte stijging van de pensioenpremie 2019 bekend gemaakt, zodat de gemeenten bij het opstellen van hun begroting 2019 hier rekening mee kunnen houden. Men verwacht een stijging van 22,9% naar 25,1%. In november 2018 maakt het ABP de definitieve premie 2019 bekend. De stijging van 2,2%-punt komt voor 70% ten laste van de werkgever, oftewel 1,54%-punt. Aangezien bij de uitgangspunten voor de begroting 2019 is aangegeven dat de geraamde  cao-ontwikkeling 2019 van 2,7% wegens een mogelijke verhoging van de pensioenpremie wordt afgerond naar 3%, resteert er op dit moment dan nog een stijging van 1,24%-punt (1,54 – 0,3%-punt).

Voorgesteld wordt om hiervoor in de begroting 2019 een stelpost voor op te nemen van € 75.000. Gelet op het feit dat het ABP aangeeft dat van dit bedrag 70% structureel is, wordt voorgesteld om vanaf 2020 een stelpost op te nemen van (afgerond) € 50.000,--.    

Stelpost schulden en armoede

Gelet op de extra middelen voor 2019 en 2020 van € 14.000 per jaar is aan de ISD verzocht te onderzoeken of voor uitvoering van deze taak extra middelen benodigd zijn. In afwachting van dit resultaat wordt dit budget middels een stelpost gereserveerd. 

Stelpost hogere programmakosten Wmo als gevolg van invoering abonnementstarieven

Het rijk is voornemens om vanaf 2019 een abonnementstarief voor de Wmo in te voeren. Deze maatregel brengt een financieel risico met zich mee, veroorzaakt door minder inkomsten uit eigen bijdragen (zie ook de stelpost Lagere eigen bijdrage Wmo) en een toename van de uitgaven als gevolg van meer aanvragen. Immers, de financiële barrière om een voorziening aan te vragen verdwijnt grotendeels. Met name het financieel risico als gevolg van de verwachte aanzuigende werking (meer aanvragen) is zeer moeilijk te ramen. Landelijk wordt hiervan melding gemaakt, maar er is niet inzichtelijk gemaakt waarmee concreet rekening gehouden moet worden. Ook ISD de Kempen kan geen reële raming van de verwachte toename in gebruik en uitgaven geven. Aangezien er zeker sprake zal zijn van een aanzuigende werking, wordt voorgesteld een stelpost op te nemen van € 75.000 in 2019 oplopend met € 75.000 per jaar naar € 300.000 in 2022.  Het bedrag van € 300.000 komt overeen met een geschatte stijging van het uitgavenbudget met ruim 8%.

Stelpost lagere eigen bijdrage Wmo

Het rijk is voornemens om vanaf 2019 een abonnementstarief voor de Wmo in te voeren. Dit houdt in dat de eigen bijdrage van cliënten die gebruik maken van Wmo-voorzieningen voor iedereen vastgesteld wordt op een vast bedrag van € 17,50 per vier weken per huishouden. De inkomensafhankelijke bijdrage, zoals die tot nu toe werd gehanteerd, komt daarmee te vervallen. Op basis van een inschatting van de ISD, wordt deze eigen bijdrage geraamd op € 160.000. Aangezien op dit moment de geraamde eigen bijdrage € 290.000 bedraagt, wordt vooralsnog een stelpost opgenomen van € 130.000 om deze verlaging op te kunnen vangen. De ISD is voornemens in de eerstvolgende rapportage deze lagere bijdrage van het CAK te verwerken.

Stelpost loon- prijsstijging overgehevelde posten sociaal domein

Het rijk heeft de uitkering Sociaal Domein deels toegevoegd aan de algemene uitkering. Dit betekent dat indexering van deze budgetten loopt via de loon- en prijscompensaties die via het accres worden toegekend. De ISD is voornemens deze indexering te verwerken in de budgetten in de 2e bestuurlijke rapportage 2018, daarom wordt vooruitlopend hierop een stelpost opgenomen. Vooralsnog wordt deze indexering door de ISD ingeschat op € 175.000.

Stelpost uitbreiding medewerker dorpsparticipatie (naar 1 fte)

Iedere inwoner in Eersel moet zich prettig en veilig voelen. Onze belangrijkste taak is om daar samen met de inwoners voor te zorgen. Daarom betrekken we inwoners bij hun eigen woonomgeving en stemmen het beleid van de gemeente zo goed mogelijk af op hun wensen en behoeften. Dit doen we door de inzet van een medewerker dorpsparticipatie (1 fte), die invloed heeft op het beleid en als opdracht krijgt om betrokkenheid en initiatief van inwoners op alle beleidsterreinen van de gemeente te stimuleren. Voorgesteld wordt om voor deze formatie-uitbreiding naar 1 fte een structurele stelpost van € 60.000,-- op te nemen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat voor uitvoeringsprojecten in het investeringsprogramma 2019-2022 tevens een incidenteel bedrag van € 150.000,-- is opgenomen.

Stelpost verhoging ICT-budget

Voorgesteld wordt om vanaf 2019 een structurele stelpost van € 20.000,-- op te nemen wegens een verhoging van de ICT-budgetten.

Stelpost Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten

In de begroting van de GRSK zijn diverse kosten (formatie) incidenteel geraamd (tot en met 2020). Voorgesteld wordt om vanaf 2021 een stelpost op te nemen van (afgerond) € 100.000,-- (aandeel gemeente Eersel) waardoor deze budgetten structureel worden vertaald. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet wegneemt dat er nog diverse overige posten niet structureel zijn vertaald.

Stelpost ruimte onder het BCF-plafond

In de raadsinformatiebrief van 11 juni jongstleden ‘Financiële gevolgen meicirculaire 2018’ werd aangegeven dat de middelen onder het BCF-plafond niet meer als structureel dekkingsmiddel in de algemene uitkering worden verwerkt. Inmiddels hebben het Rijk en de VNG een standpunt ingenomen en besproken met de provinciale toezichthouders. De provincie geeft aan dat bij het bepalen van de ruimte uitgegaan moet worden van de laatst bekende realisatiecijfers, zijnde 2017, en afzonderlijk als stelpost moet worden geraamd. Gezien de grote onzekerheid over de ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond, accepteert de provincie een maximaal gelijkblijvende raming in de meerjarenraming. Voor ons betekent het voorgaande dat er voor de jaren 2019-2022 en jaarlijkse stelpost kan worden geraamd van € 127.500,--. Bovenstaand standpunt geldt eenmalig voor de begroting 2019-2022, aangezien men verwacht dat er volgend jaar meer duidelijkheid is over hoe de ruimte onder het BCF-plafond berekend kan worden.

Stelpost decentralisatie-uitkering statushouders

Vanaf 1 oktober 2017 verloopt de uitbetaling van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding via een nieuwe decentralisatie-uitkering van het gemeentefonds. De hoogte van deze uitkering is afhankelijk van het aantal inburgeringsplichtige vergunninghouders dat in een jaar wordt uitgeplaatst naar een gemeente. Uitgegaan wordt van 30 statushouders (>18 jaar) x € 2.370,-- is € 71.000,-- (afgerond). Aangezien deze uitkering nog niet is verwerkt in de meicirculaire 2018, wordt een structurele stelpost opgenomen van € 71.000,-- (zie ook de toelichting hiervoor bij de stelpost statushouders).

Beschikking over de bestemmingsreserve bruto-methode

Volledigheidshalve wordt vermeld dat in programma 10 tevens de totale beschikking over de bestemmingsreserve bruto-methode wordt geraamd. Deze inkomst betreft de dekking van de kapitaallasten van geactiveerde uitgaven die gedekt worden uit beschikkingen over reserves en/of bijdragen van derden. Middels de bruto-methode blijven deze geactiveerde wel zichtbaar in de exploitatie en op de balans. Het effect voor de exploitatie is nihil aangezien de kapitaallasten en de beschikking over de reserve bruto-methode budgettair neutraal verlopen. De beschikking over de egalisatiereserve bruto-methode wordt voor 2019 geraamd op € 552.127,--.