Begrotingsbeleid

Uitgangspunten

De begroting 2019 is opgesteld op basis van bestaand beleid, waaronder wordt verstaan het beleid van de door uw raad genomen beslissingen volgens de begroting 2019-2022 en de vastgestelde begrotingswijzigingen tot en met 3 juli 2018.

Daarnaast hebben ook de jaarrekeningcijfers 2017, de door de raad op 8 maart 2018 vastgestelde uitgangspunten en de op 3 juli 2018 vastgestelde voorjaarsnota 2019-2022 (inclusief de raadsinformatiebrief van 11 juni 2018: “Financiële gevolgen meicirculaire 2018” en de op 3 juli 2018 gepubliceerde  raadsinformatiebrief “Aanvullende informatie voorjaarsnota 2019-2022”), allen eveneens als basis gediend voor de samenstelling van de begroting 2019-2022.

Ons college heeft met name op grond van hetgeen is besproken tijdens de raadsvergadering van 3 juli 2018 (behandeling van de voorjaarsnota 2019-2022) en het coalitieakkoord 2018-2020, vertaald in de voorliggende begroting 2019-2022.

Verder is rekening gehouden met de volgende basisgegevens (conform de uitgangspunten van de voorjaarsnota 2019-2022):

Basisgegevens
Raming aantal inwoners per 1-1-2019 18.820
Raming aantal woonruimten per 1-1-2019 8.461
Salarisstijging personeelskosten

3% (incidenteel 0,5 % (2019) en geraamde ontwikkeling cao/pensioenpremie in 2019:  3% conform raad 8 maart 2018 + raadsinformatiebrief 3 juli 2018 (stelpost hogere pensioenpremie)

Prijsstijging   1,5 % (t.o.v. prijspeil 2018/raad 8 maart 2018)
Rente vaste financieringsmiddelen 2%
Rente financieringstekort 2%
Rente investeringsprogramma  2%

Dit hoofdstuk gaat nader in op de wijzigingen die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2018-2021 is vastgesteld en die van invloed zijn geweest op de jaarschijf 2019 en de jaren 2020 tot en met 2022. Een aantal van deze wijzigingen is al door de raad op 3 juli 2018 vastgesteld bij de voorjaarsnota 2019-2022 en bij (structurele) begrotingswijzigingen 2018.

Hierdoor wordt de ontwikkeling geschetst van het saldo 2019 en de gevolgen voor de meerjarenramingen, inclusief een korte weergave van de cijfers uit de voorjaarsnota 2019-2022 (inclusief bovengenoemde raadsinformatiebrieven).

Begroting 2018 /voorjaarsnota en begrotingsproces 2019-2022

In de begroting 2018-2021 (inclusief doorwerking 1e begrotingswijziging 2018) was in de 2de jaarschijf (2019) sprake van positief begrotingssaldo van € 344.000,--. Na de verwerking van de effecten op de algemene uitkering (inwoners/woonruimten), hogere subsidie “De Muzenval”, GR Samenwerking Kempengemeenten, vaststelling IHP 2018-2032, nota Gezondheid 2018-2021 en audio/video gemeentehuis daalt het positief saldo 2019 van € 344.000,-- naar € 211.000,--. De laatste jaarschijf 2022 resulteerde in een negatief saldo van bijna € 25.000,--.

Deze geactualiseerde saldi 2019-2022 zijn vervolgens aangepast naar aanleiding van de structurele gevolgen voortvloeiende uit de 1e bestuursrapportage 2018, netto-gevolgen maartcirculaire 2018 en exploitatiegevolgen GRSK en VRBZO.  Zie voor de meerjarige effecten onderstaande tabel.

Omschrijving 2019 2020 2021 2022
Geactualiseerd beeld, zoals geschetst in paragraaf 2 (vertrekpunt voorjaarsnota) 210.727 181.151 5.956 -24.624
(structurele) ontwikkelingen in 2018, zie tabel bij paragraaf 4 voorjaarsnota (1e berap 2018) -135.495 -104.219 -133.601 -133.521
Netto-gevolgen maartcirculaire 2018 (par. 5.1) 226.512 441.115 583.990 735.399
Gevolgen meicirculaire 2018 (par. 5.2) PM PM PM PM
Exploitatie-gevolgen begroting  2019 VRBZO -51.559 -51.559 -51.559 -51.559
Exploitatie-gevolgen begroting 2019 GRSK (par. 5.3) (zienswijze raad 29-5-2018) -124.106 -124.106 -124.106 -124.106
Geactualiseerd financieel beeld (incl. gevolgen 1e berap 2018, maartcirculaire en GRSK en VRBZO) 126.079 342.382 280.680 401.589

Vervolgens heeft de gemeenteraad op 3 juli 2018 de voorjaarsnota 2019-2022 behandeld. Tevens stond op 3 juli het coalitieakkoord 2018-2022 op de raadsagenda. Zowel de richtinggevende voorjaarsnota 2019-2022 als ook het coalitieakkoord heeft het college vervolgens vertaald in de voorliggende begroting 2019-2022.

Deze richting is door de raad deels bepaald middels de beantwoording van bij de voorjaarsnota 2019-2022 gestelde vragen, inclusief de op investeringsniveau aangegeven A- en B prioriteiten.

Hieronder wordt zowel de vertaling in de begroting van de investeringen als de exploitatie nader toegelicht:

Investeringen

Naast de in de voorjaarsnota 2019-2022 A-,  B- en (gedeelte) C-geprioriteerde investeringen zijn – op basis van de behandeling van de voorjaarsnota op 3 juli én het coalitieakkoord - ook de volgende investeringen verwerkt in de voorliggende begroting (zie ook het investeringsprogramma 2019-2022):

1. Uitvoeringsbudget “Andere kijk op dorpsraden”

De extra  structurele formatie ad € 60.000,-- is verwerkt in onderdeel exploitatie. Voor de uitvoeringsprojecten is in het investeringsprogramma één bedrag van  € 150.000,-- opgenomen voor het jaar 2019.

2. Rolstoelpad Groot meer en fietspad Koemeersdijk wel opnemen

Gelet op het meerderheidsstandpunt de volgende investeringen op te nemen in de begroting 2019-2022 (zie voor de hieruit voortvloeiende kapitaallasten ook het onderdeel exploitatie). Deze investeringen waren in de voorjaarsnota als C-prioriteit opgenomen:

  • Rolstoelen voetpad Grootmeer € 56.000,--
  • Fietspad Koemeersdijk/Koemeer € 40.000,--

3. Inhuur personeel

In het coalitieakkoord zijn diverse zaken opgenomen waarvoor projectvoorstellen moeten volgen. Om hiervoor projectleiding in te huren wordt voorgesteld om hiervoor een incidenteel budget van € 150.000,-- (2019) op te nemen in het MIP (dekking algemene reserve vrij besteedbaar).

4. Oefening rampenbestrijding (€ 10.000)

Deze vervalt aangezien de gemeente Eersel niet meer als mede-organisator, maar enkel als toehoorder aanwezig zal zijn.

5. Inhuur WMO

In afwachting van het onderzoek naar de benodigde personele capaciteit bij de WMO wordt voorgesteld om naast de structurele stelpost van € 50.000 voor de jaren 2019 tot en met 2021 jaarlijks € 50.000,-- op te nemen voor incidentele inhuur (€ 150.000,--).

6. Inhuur cyclisch bouwen

Om het proces van cyclisch bouwen tot uitvoering te brengen dienen diverse zaken te worden opgepakt. Er dienen complexe grondaankopen en samenwerkingsverbanden gedurende deze periode te worden aangegaan met (eventueel) particuliere ontwikkelaars. Externe projectbegeleiding is hiervoor noodzakelijk. Deze geraamde uitgaven ad € 200.000,-- kunnen worden gedekt uit de reserve anticiperende werken en grondzaken, waarbij wordt opgemerkt dat - indien mogelijk - de kosten in de projectkosten zullen worden meegenomen.

7. Vrijliggend fietspad Duiselseweg

Voorgesteld  wordt om voor het gedeelte Steenovens-Knegsel geen rode fietsstroken aan te leggen, maar - evenals op het gedeelte Steenovens-Hoef – ook een vrijliggend fietspad aan te leggen (zie ook herinrichting Knegselseweg-Duiselseweg). Dit vrijliggend fietspad vraagt een extra budget van € 700.000,--. .Aangezien dit bedrag boven de € 500.000 ligt wordt – evenals voor de Eindhovenseweg – de brutomethode toegepast.

Exploitatie

Verder wordt - gelet op de standpunten in de raad van 3 juli én hetgeen is opgenomen in het coalitieakkoord -   in de exploitatiebegroting 2019-2022 rekening gehouden met de volgende items:

a.Handhaving natuurgebieden

Het college heeft in februari 2018 een intentieverklaring getekend om zich in te zetten om op regionaal niveau tot beter en efficiënter toezicht en handhaving te komen in natuurgebieden. Hiervoor is een werkgroep geformeerd. Deze werkgroep komt met het advies om meer handhavingscapaciteit (met name Boa’s) beschikbaar te stellen en de wijze van organisatie. Een eerste schatting is dat voor Eersel een structureel bedrag nodig is van € 50.000,--.

b. Verlagen structureel budget “buurtschouw”

Verlagen budget buurtschouw van € 70.000,-- naar € 20.000,-- aangezien in veel gevallen de kosten passen binnen de reguliere budgetten.

c. OZB vanaf 2019 indexeren

Voorgesteld wordt om  vanaf 2019 de OZB – evenals andere leges en belastingen – te verhogen met de inflatiecorrectie. Voor 2019 wordt rekening gehouden met een stijging van 2%. Deze verhoging voor 2019 vormt een onderdeel van het begrotingsproces en dient als dekking van de structurele uitgaven en is daarom niet verwerkt in onderstaande tabel, maar de indexering van 2% is wel verwerkt in de begrotingscijfers 2019.

d. Uitbreiding formatie dorpsparticipatie (€ 60.000)

Voorgesteld wordt deze extra last van € 60.000,-- structureel als stelpost op te nemen in de exploitatie- begroting 2019 (in plaats van in het investeringsprogramma voor 3 jaar).

e. Lagere opbrengst leges

Kleine evenementen worden vrijgesteld van leges. Deze evenementen hoeven niet enkel toerisme- gerelateerd te zijn. De opbrengst “leges uitvoering APV/bijzondere wetten” is vanaf 2019 met € 20.000 verlaagd.

f. Kapitaallasten investeringen

Voorgesteld wordt om – gelet op het meerderheidsstandpunt van de raad bij de behandeling van de voorjaarsnota op 3 juli 2018 – de volgende investeringen op te nemen in de begroting 2019-2022 (zie ook bovenstaande onderdeel  investeringen).

  • Rolstoelen voetpad Grootmeer € 56.000
  • Fietspad Koemeersdijk/Koemeer € 40.000

Op grond van het BBV worden deze investeringen geactiveerd en komen de kapitaallasten ten laste van de exploitatie (zie onderstaande tabel).

g. Stelposten

Op basis van de maart- en meicirculaire 2018 zijn er diverse reserveringen/stelposten met betrekking tot het Sociaal domein opgenomen. Zie hiervoor de voorjaarsnota 2019-2022 (blz. 9) en de raadsinformatiebrief “Financiële gevolgen meicirculaire 2018”. De hoogte van deze stelposten was gebaseerd op de macro-budgetten die in de circulaires waren opgenomen.

Hierbij bedoelen we met name de volgende stelposten:     

Stelposten
Stelpost abonnementstarief Wmo (incl. 50% eigen aandeel)  € 250.000 (2019)
Stelpost loon- en prijsstijging overgehevelde posten Sociaal domein € 175.000 (2019)
Stelpost volumegroei Wmo  €   66.000 (2019)

Tijdens het begrotingsproces zijn deze stelposten - zoveel  als mogelijk – geraamd vanuit de benodigde micro-budgetten voor de gemeente Eersel. Dit laatste leidt  tot aanpassingen welke gevolgen hebben voor de exploitatiesaldi 2019-2022:

Stelposten 'oud'
2019 2020 2021 2022
Abonnementstarief 250.000 250.000 250.000 250.000
Loon- en prijsstijging 175.000 175.000 175.000 175.000
Volumegroei Wmo 66.000 132.000 198.000 264.000
Vernieuwing maatsch. ondersteuning 50.000 50.000 50.000 50.000
Totaal 'oud ' 541.000 607.000 673.000 739.000
Stelposten 'nieuw'
2019 2020 2021 2022
Abonnementstarief 130.000 130.000 130.000 130.000
Loon- en prijsstijging 175.000 175.000 175.000 175.000
Volumegroei wegens aanzuigende werking agv invoering abonnementstarieven 75.000 150.000 225.000 300.000
Vernieuwing maatsch. ondersteuning 0 0 0 0
Uitbreiding fte (uitvoeringskosten Wmo)  50.000 50.000 50.000 50.000
Totaal 'nieuw' 430.000 505.000 580.000 655.000
Totaal stelposten ‘oud’ (zie boven) 541.000 607.000 673.000 739.000
Verschil (verlaging heeft een positief effect op de exploitatie) -111.000 -102.000 -93.000 -84.000

h. Stelposten Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten

In de begroting van de GRSK zijn diverse kosten (formatie) incidenteel geraamd (tot en met 2020). Voorgesteld wordt om vanaf 2021 een stelpost op te nemen van (afgerond) € 100.000,-- (aandeel gemeente Eersel) waardoor deze budgetten structureel worden vertaald. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet wegneemt dat er nog diverse overige posten niet structureel zijn vertaald.

Tevens wordt voorgesteld om vanaf 2019 een structurele stelpost van € 20.000,-- op te nemen wegens een verhoging van de ICT-budgetten.

Bovenstaande punten d, g en h zijn verwerkt en toegelicht in het overzicht stelposten (zie “Overzicht van algemene dekkingsmiddelen en stelposten”, onderdeel 2).

i. Meicirculaire 2018

(raadsinformatiebrief 12 juni) en aanvullende informatie (raadsinformatiebrief 3 juli)

De meicirculaire 2018 is begin juni 2018 uitgewerkt en voorafgaande aan de behandeling van de voorjaarsnota op 3 juli heeft de raad op 12 juni 2018 een raadsinformatiebrief ontvangen waarin de gevolgen van de meicirculaire werden aangegeven. Het uiteindelijk netto-effect van de meicirculaire (inclusief enkele reserveringen c.q. stelposten) op de exploitatie werd in de genoemde raadsinformatiebrief becijferd op:

Jaar 
2019 -2.000
2020 -32.693
2021 -52.127
2022 -190.127

Op 3 juli 2018 is er nog een raadsinformatiebrief verschenen met aanvullende informatie betreffende:

  • Standpunt provincie inzake de ruimte onder het BCF-plafond
  • Stijging pensioenpremie ABP
  • Uitbreiding formatie wethouders

Het positieve effect op de exploitatie van deze 3 items werd in de genoemde raadsinformatiebrief becijferd op:

Jaar 
2019 26.500
2020 51.500
2021 51.500
2022 51.500

Een verdere doorrekening van de A- en B prioriteringen vermeerderd met bovenstaande items (a, vanuit de voorjaarsnota en het coalitieakkoord  (inclusief de gevolgen van de meicirculaire 2018 + de aanvullende informatie d.d. 3 juli), leiden tot het volgende geactualiseerde financiële beeld van de exploitatie voor de jaren 2019-2022:

Omschrijving 2019 2020 2021 2022
Geactualiseerd beeld (inclusief 1e berap 2018, maartcirculaire en GRSK + VRBZO)  126.079 342.382 280.680 401.589
Nieuwe ontwikkelingen (A+B-prioriteiten) vanaf 2019 (nadelige exploitatie gevolgen: par. 6.1 voorjaarsnota) -95.261 -127.758 -168.382 -201.399
Handhaving natuurgebieden (zie a) -50.000 -50.000 -50.000 -50.000
Verlagen budget buurtschouw (zie b)  50.000 50.000 50.000 50.000
Structurele formatie uitbreiding dorpsparticipatie. (zie d)  -60.000 -60.000 -60.000 -60.000
Lagere legesopbrengst APV/bijzondere wetten (zie e) -20.000 -20.000 -20.000 -20.000
Kapitaallasten rolstoelenvoetpad Grootmeer en fietspad Koemeersdijk/Koemeer (zie f) -4.800 -5.683 -5.606 -5.530
Effect aanpassen stelposten (zie g) 111.000 102.000 93.000 84.000
Stelposten GR Samenwerking Kempengemeenten (zie h) -20.000 -20.000 -120.000 -120.000
Netto-effect meicirculaire 2018 (inclusief reservering stelposten/zie raadsinformatiebrief 12 juni) -2.000 -32.693 -52.127 -190.127
Effect aanvullende informatie (zie raadsinformatiebrief 3 juli) 26.500 51.500 51.500 51.500
Geactualiseerd beeld (incl. ontwikkelingen,  gevolgen meicirculaire 2018/aanvullende informatie en het coalitieakkoord) 61.518 229.748 -935 -59.967

Samenstelling begroting 2019-2022

In de raadsvergadering van 8 maart 2018 (behandeling uitgangspunten voorjaarsnota/begroting 2019-2022) heeft uw raad aangegeven dat er een sluitende jaarschijf 2019 en het maximaal streven om te komen tot een sluitende jaarschijf 2022.

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel bedroeg - na de vertaling van de voorjaarsnota en het coalitieakkoord -  het begrotingssaldo 2019 € 61.518,--. Dit positief saldo 2019 is tijdens het begrotingsproces gedaald, maar door onder andere voor te stellen om de stelpost InterBestuurlijk Programma (IBP) voor 2019 te verlagen met € 75.000,-- (naar € 125.000), stijgt het begrotingssaldo 2019 weer naar een positief saldo van € 83.668.

Dit laatste geldt ook voor laatste jaarschijf 2022. Het hiervoor genoemde negatieve exploitatiesaldo 2022 van € -59.967,-- kan worden omgebogen naar een positief saldo van € 24.806,-- waarbij onder andere de stelpost IBP voor het jaar 2022 dient te worden verlaagd met € 150.000,-- (naar € 200.000).

Volledigheidshalve wordt hierbij aangetekend dat de exploitatiesaldi uit de voorjaarsnota 2019-2022 waren gebaseerd op een doorkijk op hoofdlijnen en de begrotingssaldi 2019-2022 vormen een uitkomst van de totale begroting 2019-2022.

Uit het volgende overzicht blijken de verschillen per jaar tussen het bovenstaand geactualiseerd beeld en de volledige begrotingscijfers 2019-2022:

Omschrijving 2019 2020 2021 2022
Geactualiseerd beeld voorjaarsnota (incl. ontwikkelingen,  gevolgen meicirculaire 2018/aanvullende informatie en het coalitieakkoord) 61.518 229.748 -935 -59.967
Uitkomst exploitatiebegroting 2019-2022 83.668 251.715 30.119 24.806
Verschillen voorjaarsnota (incl. coalitieakkoord)/uitkomst exploitatiebegroting  22.150 21.967 31.054 84.773

Deze positieve verschillen zijn het saldo van diverse positieve en negatieve effecten vanuit het begrotingsproces. Enkele belangrijke mee- en tegenvallers voor de eerste en de laatste jaarschijf worden in de volgende tabel weergegeven, waaruit tevens blijkt of er sprake is van een incidenteel of structureel effect. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat onderstaande belangrijke mutaties dus niet waren verwerkt in de cijfers van de voorjaarsnota 2019-2022, maar wél verwerkt zijn in de voorliggende begroting 2019-2022.

Omschrijving 2019 2022
Positieve effecten (programma 10):
Hogere algemene uitkering (op basis van hogere actuele basisgegevens juli 2018) 107.000 90.000
Verlagen stelpost “InterBestuurlijk Programma (IBP)” (zie deze stelpost in het hoofdstuk “Algemene dekkingsmiddelen en stelposten”) 75.000 150.000
Subtotaal positieve effecten 182.000 240.000
Negatieve effecten:
Hogere bijdrage GGD jeugdgezondheidszorg (zie programma 1) -32.000 -32.000
Lagere pachtopbrengsten (zie programma 8) -61.000 -61.000
Lagere huuropbrengst gemeentehuis (VRBZO) (zie programma 11) -30.000 -30.000
Diversen kleine afwijkingen (per saldo negatieve effecten) -37.000 -32.000
Subtotaal negatieve effecten -160.000 -155.000
Totaal saldo positieve effecten uit het  begrotingsproces 2019-2022 22.000 85.000

Voor een nadere detaillering wordt op deze plaats ook verwezen naar de analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2019 ten opzichte van ramingen 2018 per productgroep (zie het onderdeel “Wat mag het kosten” bij ieder programma).

Zoals al in de inleiding is aangegeven zien de totale inkomsten en uitgaven (inclusief de stelposten) en de saldi voor de periode 2019-2022 er als volgt uit:

2019 2020 2021 2022
Inkomsten 44.122.444 44.332.887 44.215.853 44.271.114
Uitgaven 44.122.444 44.081.172 44.185.734 44.246.308
Voordelige saldi 0 251.715 30.119 24.806

Incidentele toevoeging exploitatiesaldo 2019 aan de algemene reserve vrij besteedbaar

Het begrotingsoverschot voor 2019 bedraagt € 83.668,-- en is in bovenstaande tabel - evenals voorgaande jaren – toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar. Hierdoor is in deze tabel voor 2019 sprake van een sluitend saldo van € 0,00. Met andere woorden het begrotingssaldo 2019 ad € 83.668,-- wordt niet ingezet als extra incidentele begrotingsruimte maar wordt vanuit het “voorzichtigheidsprincipe” toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar en daarmee buiten de exploitatie te houden.

Tevens biedt het positief exploitatiesaldo 2019 nog financiële ruimte voor eventuele nadelige effecten uit de septembercirculaire 2018 en/of structurele tegenvallers uit de 2e bestuursrapportage 2018 welke mogelijk nog niet zijn verwerkt in de voorliggende begroting (indien dit het geval is zullen deze worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2019). Tevens zullen ook eventuele financiële gevolgen voor de exploitatie, welke voortvloeien uit raadsbesluiten in september 2018, worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2019.

2.1.5 Verschillenanalyse programmabegroting 2019/2018

De belangrijkste verschillen tussen de voorliggende ontwerpbegroting 2019 en de begroting 2018 (per productgroep), worden per programma aangegeven bij het onderdeel “Wat mag het kosten” (zie exploitatieoverzicht met toelichting verschillen).