Begrotingsbeleid

Uitgangspunten

De begroting 2020 is opgesteld op basis van bestaand beleid, waaronder wordt verstaan het beleid van de door uw raad genomen beslissingen volgens de begroting 2019-2022 en de vastgestelde begrotingswijzigingen tot en met 2 juli 2019.

Daarnaast hebben ook de jaarrekeningcijfers 2018, de door de raad op 12 maart 2019 vastgestelde uitgangspunten en de op 2 juli 2019 vastgestelde voorjaarsnota 2020-2023 (inclusief de raadsinformatiebrief van 17 juni 2019: “Financiële gevolgen meicirculaire 2019”, allen eveneens als basis gediend voor de samenstelling van de begroting 2020-2023.

Ons college heeft met name hetgeen is besproken tijdens de raadsvergadering van 2 juli 2019 (behandeling van de voorjaarsnota 2020-2023) vertaald in de voorliggende begroting 2020-2023.

Verder is rekening gehouden met de volgende basisgegevens (conform de uitgangspunten van de voorjaarsnota 2020-2023):

Basisgegevens
Raming aantal inwoners per 1-1-2020 19.119
Raming aantal woonruimten per 1-1-2020 8.710
Salarisstijging personeelskosten

4% (0,5% periodieke verhogingen en geraamde ontwikkeling cao/pensioenpremie in 2020:  3,5% conform raad 12 maart 2019

Prijsstijging   1,5 % (t.o.v. prijspeil 2019/raad 12 maart 2019)
Rente vaste financieringsmiddelen 2%
Rente financieringstekort 2%
Rente investeringsprogramma  2%

Dit hoofdstuk gaat nader in op de wijzigingen die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2019-2022 is vastgesteld en die van invloed zijn geweest op de jaarschijf 2020 en de jaren 2021 tot en met 2023. Een aantal van deze wijzigingen is al door de raad op 2 juli 2019 vastgesteld bij de voorjaarsnota 2020-2023 en bij (structurele) begrotingswijzigingen 2019.

Hierdoor wordt de ontwikkeling geschetst van het saldo 2020 en de gevolgen voor de meerjarenramingen, inclusief een korte weergave van de cijfers uit de voorjaarsnota 2020-2023 (inclusief bovengenoemde raadsinformatiebrieven).

Voorjaarsnota en begrotingsproces 2020-2023

In de voorjaarsnota 2020-2023 bedragen de begrotingssaldi ná de a, b en voorgestelde c-prioriteiten afgerond  voor het jaar 2020 +€ 201.000,-- en voor het jaar 2023 -€ 39.000,--. Op 17 juni 2019 zijn middels een raadsinformatiebrief de financiële mutaties weergegeven over de gevolgen van de meicirculaire 2019. De begrotingssaldi ná deze bijstelling zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Begrotingssaldi conform voorjaarsnota 2020-2023 ná a, b  en voorgesteld ec-prioriteiten (zie blz. 12 VJN2020-2023).  201.093 -98.227 3.554 -38.763
Netto-effect meicirculaire 2019 incl. enkele correctie (conform raadsinformatiebrief 17-6-2019) -25.326 -57.160 -318.428 -162.169
Geactualiseerd saldi 2020-2023 (incl. meicirculaire 2019) 175.767 -155.387 -314.874 -200.932

Vervolgens heeft de gemeenteraad op 2 juli 2019 de voorjaarsnota 2019-2022 behandeld. Deze richtinggevende voorjaarsnota 2020-2023 heeft het college vervolgens vertaald in de voorliggende begroting 2020-2023. Deze richting is door de raad deels bepaald middels de beantwoording van bij de voorjaarsnota 2020-2023 gestelde vragen, inclusief de op investeringsniveau aangegeven A- en B prioriteiten.

Samenstelling begroting 2020-2023

In de raadsvergadering van 12 maart 2019 (behandeling uitgangspunten voorjaarsnota/begroting 2020-2023) heeft uw raad aangegeven dat er een sluitende jaarschijf 2020 en het maximaal streven om te komen tot een sluitende jaarschijf 2023. De saldi uit voorgaande tabel in paragraaf 2.1.2 zijn, behoudens voor het jaar 2020,  tijdens het begrotingsproces gedaald.

Volledigheidshalve wordt hierbij aangetekend dat de exploitatiesaldi uit de voorjaarsnota 2020-2023 waren gebaseerd op een doorkijk op hoofdlijnen en de begrotingssaldi 2020-2023 vormen een uitkomst van de totale begroting 2020-2023. Uit het volgende overzicht blijken de verschillen per jaar tussen het geactualiseerd beeld (paragraaf 2.1.2 en de volledige begrotingscijfers 2020-2023:

Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Geactualiseerd beeld voorjaarsnota (incl. ontwikkelingen,  gevolgen meicirculaire 2018/aanvullende informatie en het coalitieakkoord) 175.767 -155.387 -314.874 -200.932
Uitkomst exploitatiebegroting 2020-2023 185.049 -204.275 -395.135 -267.963
Verschillen voorjaarsnota (incl. coalitieakkoord)/uitkomst exploitatiebegroting  9.282 -48.888 -80.261 -67.031

Deze verschillen zijn het saldo van diverse positieve en negatieve effecten vanuit het begrotingsproces. Enkele belangrijke mee- en tegenvallers voor de eerste en de laatste jaarschijf worden in de volgende tabel weergegeven, waaruit tevens blijkt of er sprake is van een incidenteel of structureel effect. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat onderstaande belangrijke mutaties dus niet waren verwerkt in de cijfers van de voorjaarsnota 2020-2023, maar wél verwerkt zijn in de voorliggende begroting 2020-2023. 

Omschrijving 2020 2023
Positieve effecten:
Leges omgevingsvergunningen 0 100.000
Overdekking afval (BCF) 54.000 54.000
Verhuur en verpachtingen 19.000 19.000
Hogere OZB opbrengst 31.000 31.000
Hogere opbrengst toeristenbelasting 30.000 30.000
Diverse kleine afwijkingen  47.000 17.000
Subtotaal positieve effecten 181.000 251.000
Negatieve effecten:
Hogere bijdrage GGD en Zuidzorg -43.000 -43.000
Hogere storting in onderhoudsvoorziening gemeenschapshuizen -31.000 -31.000
Huisvestingslasten statushouders -16.000 -16.000
HNG-uitkering 0 -96.000
Afboeken stelpost ruimte onder BCF-plafond -37.000 -37.000
Stelpost principeakkoord cao gemeenten 0 -50.000
Extra bijdrage SSC en P&O i.v.m. formatie-uitbreiding -45.000 -45.000
Subtotaal negatieve effecten -172.000 -318.000
Totaal saldo positieve effecten uit het  begrotingsproces 2020-2023 9.000 -67.000

Voor een nadere detaillering wordt op deze plaats ook verwezen naar de analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2020 ten opzichte van ramingen 2019 per productgroep (zie het onderdeel “Wat mag het kosten” bij ieder programma). Zoals al in de inleiding is aangegeven zien de totale inkomsten en uitgaven (inclusief de stelposten) en de saldi voor de periode 2020-2023 er als volgt uit:

2020 2021 2022 2023
Inkomsten 51.462.602 47.622.303 47.252.842 47.177.335
Uitgaven 51.462.602 47.826.578 47.647.977 47.445.298
Voordelige saldi 0 -204.275 -395.135 -267.963

Incidentele toevoeging exploitatiesaldo 2020 aan de algemene reserve vrij besteedbaar

Het begrotingsoverschot voor 2020 bedraagt € 185.049,-- en is in bovenstaande tabel - evenals voorgaande jaren – toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar. Hierdoor is in deze tabel voor 2020 sprake van een sluitend saldo van € 0,00. Met andere woorden het begrotingssaldo 2020 ad € 185.049,-- wordt niet ingezet als extra incidentele begrotingsruimte maar wordt vanuit het “voorzichtigheidsprincipe” toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar en daarmee buiten de exploitatie te houden.

Tevens biedt het positief exploitatiesaldo 2020 nog financiële ruimte voor eventuele incidentele nadelige effecten uit de septembercirculaire 2019 en/of tegenvallers uit de 2e bestuursrapportage 2019 welke mogelijk nog niet zijn verwerkt in de voorliggende begroting (indien dit het geval is zullen deze worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2020). Tevens zullen ook eventuele financiële gevolgen voor de exploitatie, welke voortvloeien uit raadsbesluiten in september 2018, worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2019.

Verschillenanalyse programmabegroting 2020/2019

De belangrijkste verschillen tussen de voorliggende ontwerpbegroting 2020 en de begroting 2019 (per productgroep), worden per programma aangegeven bij het onderdeel “Wat mag het kosten” (zie exploitatieoverzicht met toelichting verschillen).