Overzicht structurele toevoegingen/onttrekkingen reserves

Vanaf begrotingsjaar 2014 is het wijzigingsbesluit BBV (d.d. 25 juni 2013) van toepassing waarbij onder meer artikel 19.3 uitgebreid met lid d. Deze uitbreiding betekent dat er een overzicht verplicht is gesteld om de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves in beeld te brengen. Hierdoor wordt het inzichtelijker gemaakt om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht.

BATEN (€ 1.139.191,--)

Programma 3

Onttrekking aan de bestemmingsreserve “Uitkering HNG”

De beschikking over deze reserve wordt geraamd op € 101.281,-- en staat tegenover de geactiveerde verstrekte langlopende geldlening HNG.

Onttrekking aan de bestemmingsreserve “Egalisatie bebossing”

De beschikking over deze reserve wordt geraamd op € 18.923,-- per jaar. Het geraamde negatieve exploitatiesaldo van het beheer van bossen en natuurterreinen komt ten laste van deze reserve. Het maximum van deze reserve is bepaald op € 150.000,-- zodat bedragen boven dit maximum worden toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar.

Programma 4

Onttrekking aan de “Algemene reserve vrij besteedbaar”

De beschikking over deze reserve wordt geraamd op € 215.475,-- per jaar. Dit betreft de rente over de onderhoudsvoorziening riolering welke wordt toegevoegd aan de algemene reserve en vervolgens ten gunste wordt gebracht van het product riolering (conform het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021). Deze structurele raming heeft geen effect op het exploitatie-saldo aangezien ook riolering een “gesloten” (kostendekkende) exploitatie betreft.

Programma 6

Onttrekking aan de reserve “Rehabilitatie wegen”(gerelateerd aan kapitaallasten)

De onttrekking wegens kapitaallasten wordt voor 2018 geraamd op € 104.095,--.

Programma 7

Onttrekking aan de bestemmingsreserve “Tennisvereniging Eresloch”(gerelateerd aan kapitaallasten)

De beschikking over deze reserve wordt geraamd op € 55.000,-- voor 2018 en daalt de komende jaren doordat de kapitaallasten van de verstrekte geldlening worden gedekt door deze reserve (rentecomponent daalt als gevolg van de jaarlijkse lineaire aflossing).

Programma 8

Onttrekking aan de bestemmingsreserve “Grondzaken en anticiperende werken”

De beschikking over deze ad € 100.000,-- per jaar. Hiertegenover staat een geraamde uitgavenpost van eveneens € 100.000,-- voor eventuele grondaankopen van restgronden. Door het ramen van deze post kan het college restgronden aan- en verkopen. Bij de jaarrekening wordt een positief saldo gestort en bij een negatief saldo onttrokken aan deze bestemmingsreserve.

Programma 10

Onttrekking aan de bestemmingsreserve “Egalisatiereserve bruto-methode” (gerelateerd aan kapitaallasten)

De beschikking over deze reserve wordt voor 2018 geraamd op € 544.417,-- per jaar en heeft volledig betrekking op de dekking van de structurele kapitaallasten welke voortvloeien uit het toepassen van de bruto-methode.

LASTEN (€ 1.231.040,--)

Programma 2

Toevoeging aan de bestemmingsreserve “Decentralisatie onderwijs” (gerelateerd aan kapitaallasten)

De storting in deze bestemmingsreserve wordt geraamd op  € 73.579,-- per jaar. Via deze reserve worden de verschillen tussen de kapitaallasten op grond van het vastgesteld Integraal Huisvestingsplan én de kapitaallasten van de bestaande activa ten opzichte van het voor een periode van 4 jaren vastgesteld budget verrekend.

Programma 6

Toevoeging aan de reserve “Rehabilitatie wegen” (gerelateerd aan kapitaallasten)

De storting in deze reserve wordt voor 2018 geraamd op € 210.000,-- en neemt voor het jaar 2019 toe met € 20.000,-- en in 2020 met € 30.000,--  toe per jaar.

Programma 10

Toevoeging aan reserves

Toevoeging aan diverse reserves wegens rente over de reserves (geraamde stand per 1 januari 2018). De totale toevoeging wordt geraamd op € 947.461,-- per jaar en hiertegenover staat een inkomst van € 1.064.514,-- per jaar wegens rente over eigen financieringsmiddelen (categorie 2.0). Per saldo komt dus een bedrag van € 117.053,-- structureel ten gunste van de exploitatie. Dit betreft voornamelijk (€ 115.323,--) rente over de algemene (dekkings)reserve “minimum”.