Risicobeheer

Conform de eisen van de wet Fido moet de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dienen, het beheer prudent te zijn en er moet voldaan worden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente Eersel heeft conform de bepalingen in de wet Fido en het treasurystatuut enkel geldleningen gesloten en garanties uitgezet voor de uitoefening van de publieke taak. Binnen het prudent beleid is het streven steeds gericht op het maximaliseren van het rendement op het belegde vermogen en het minimaliseren van de kosten. Hierbij dient uiteraard rekening te worden gehouden met de bepalingen van het treasurystatuut.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage (8,5%) van de totale begroting. De kasgeldlimiet bedraagt daarom voor 2019 afgerond € 3,8 miljoen. Dit is 8,5% van het totaal van de jaarbegroting 2019 (€ 45 miljoen). Dit betekent dat financieren met kort geld is toegestaan tot een bedrag van € 3,8 miljoen en daarboven langlopende financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken.

De begroting geeft inzicht in de benodigde financieringsmiddelen oftewel de financieringsbehoefte. Het geraamde financieringsoverschot per 1 januari 2019 is becijferd op € 7,7 miljoen. Uit het investeringsprogramma 2019-2022 komt voor het uitvoeringsjaar 2019 een totaalbedrag naar voren van € 9,2 miljoen. De geactualiseerde totale financieringsbehoefte voor 2019 bedraagt dus afgerond € 0,2 miljoen. Als we kijken naar het feit dat we zowel een gedeelte van de kasgeldlimiet als een gedeelte van de OZB-opbrengst kunnen inzetten als financieringsmiddel, kunnen we genoemd bedrag van € 1,5 miljoen - evenals voorgaande jaren - verlagen met € 3,5 miljoen. Hierdoor bedraagt het financieringsoverschot voor 2019 naar verwachting ruim € 2 miljoen. Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 12 van de “Financiële verordening gemeente Eersel 2017” de benodigde financieringsmiddelen aantrekken, hetgeen, gelet op het verwacht financieringsoverschot, niet nodig zal zijn in 2019. De programma’s (inclusief de investeringen) zijn dus binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren.

Renterisiconorm

In de wet Fido en in artikel 4 van het treasurystatuut staat dat de renterisiconorm niet mag worden overschreden. Deze norm is ingevoerd ter beperking van het renterisico op de vaste schuld. Het renterisico betreft het risico van ongewenste veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente als gevolg van rentewijzigingen. Spreiding van dit risico kunnen we onder andere bereiken door bij het afsluiten van geldleningen te kiezen voor afwijkende looptijden en een vaste rente over de hele looptijd. De renterisiconorm behelst dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2019 becijferen we de renterisiconorm op (afgerond) € 9 miljoen (20% van € 44 miljoen).

Rentevisie

De gemiddelde marktrente voor vaste geldleningen lag per medio 2018 (looptijd 25 jaar, gelijke aflossing en zonder renteaanpassing) op afgerond 1,5%. Op grond van de prognoses van enkele grotere bankinstellingen verwachten we dat de rentetarieven voor langlopende leningen, mede onder invloed van een hogere inflatie, in de nabije toekomst licht zullen stijgen.

In de begroting 2019 hanteren we – conform de uitgangspunten bij de voorjaarsnota/begroting 2019 en het nieuwe BBV - een rentevoet van 2%.

Gelet op een geraamd financieringsoverschot per 1 januari 2019 van € 7,7 miljoen (exclusief investeringsprogramma 2019-2022) betekent dit, dat er pas bij een eventueel financieringstekort geldt dat bij iedere afwijking van het rentepercentage met 0,1% ten opzichte van de gehanteerde 2% de rentelasten in de begroting met ongeveer € 7.700 stijgen.