Treasury JS17

In de wet Financiering decentrale overheden (wet Fido) staat de treasuryfunctie centraal en is de treasuryparagraaf zowel bij de begroting als bij het jaarverslag verplicht gesteld. 

In de vergadering van december 2015 heeft de gemeenteraad het geactualiseerde treasurystatuut vastgesteld. Hierin zijn de noodzakelijke aanpassingen als gevolg van wijziging van de wet Fido, de RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden) en de Wet Verplicht schatkistbankieren verwerkt.

Deze ‘Treasuryparagraaf’ bevat de volgende onderdelen:

Risicobeheer

Conform de eisen van de wet Fido moet de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dienen, het beheer prudent te zijn en er moet voldaan worden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente Eersel heeft conform de bepalingen in de wet Fido en het treasurystatuut enkel geldleningen gesloten en garanties uitgezet voor de uitoefening van de publieke taak. Binnen het prudent beleid is het streven steeds gericht op het maximaliseren van het rendement op het belegde vermogen en het minimaliseren van de kosten. Hierbij dient uiteraard rekening te worden gehouden met de bepalingen van het treasurystatuut.

Kasgeldlimiet

De gemeenten mogen slechts tot het bedrag van de kasgeldlimiet financieren met kort geld. Daarboven moeten langlopende financieringsmiddelen worden aangetrokken. De noodzaak tot het aangaan van vaste geldleningen dient zich dus dan ook pas aan als het financieringstekort zich naar verwachting structureel boven de kasgeldlimiet gaat bewegen.  De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage (8,5%) van de totale begroting bij aanvang van het jaar. De kasgeldlimiet bedroeg daarom voor 2017 € 3,7 miljoen zijnde 8,5% van het totaal van de jaarbegroting 2017 (€ 43,7 miljoen).

Renterisiconorm

In de wet Fido en in artikel 4 van het treasurystatuut staat dat de renterisiconorm niet mag worden overschreden. De renterisiconorm behelst dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2017 kan de renterisiconorm worden becijferd op € 8,7 miljoen (20% van € 43,7 miljoen). Deze norm is ingevoerd ter beperking van het renterisico op de vaste schuld. Het renterisico betreft het risico van ongewenste veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Spreiding van dit risico kan onder andere worden bereikt door bij het afsluiten van geldleningen te kiezen voor afwijkende looptijden en een vaste rente over de hele looptijd.

In 2017 zijn geen nieuwe vaste geldleningen aangegaan.

Rentevisie

De marktrente is ook in 2017 historisch laag gebleven. Op grond van de prognoses van enkele grotere bankinstellingen is de verwachting dat in de nabije toekomst de rente wel geleidelijk aan weer zal gaan stijgen. De marktrente voor vaste geldleningen zonder tussentijdse renteaanpassing lag in januari 2018 op ongeveer 1,5%.

Gemeentefinanciering

In artikel 7 van het treasurystatuut is bepaald dat financiering voor een periode langer dan één jaar met externe financieringsmiddelen zoveel mogelijk wordt beperkt door primair gebruik te maken van interne financieringsmiddelen. Tevens is in lid 2 van artikel 7 opgenomen dat uitsluitend gebruik gemaakt wordt van onderhandse leningen.

Het renteomslagpercentage voor 2017 is berekend op 2,957%. De bespaarde rente, die gedeeltelijk ten gunste van de exploitatie wordt gebracht en gedeeltelijk wordt toegevoegd aan de reserves is - conform de begroting - berekend tegen 2%. Voor de bouwgrondexploitatie is in 2017 een rente gehanteerd van 2,095%.

Aangezien er altijd sprake is van een rentevoordeel als gevolg van het feit dat de kredieten nog niet of slechts gedeeltelijk worden uitgegeven, is met deze onderuitputting in de primitieve begroting 2017 rekening gehouden in de vorm van een stelpost in de exploitatie van € 80.000,--.

Voor het jaar 2017 is het effect van de lagere onttrekkingen aan de reserves becijferd op een bedrag van € 64.506,--. Dit bedrag is op de toegevoegde rente aan reserves gecorrigeerd en ten gunste gebracht van de exploitatie.

Bij het berekende bedrag van € 64.506,-- zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • indien de uitgaven van kredieten van vóór 2017 niet in het jaar 2017 hebben plaatsgevonden, is met een heel jaar rente gerekend;
  • voor de kredieten van vóór 2017 geldt dat indien er wel in 2017 uitgaven hebben plaatsgevonden wordt uitgegaan van een gemiddelde betaaldatum van 1 juli en is derhalve gerekend met een half jaar rente (2%);
  • voor de kredieten welke in 2017 beschikbaar zijn gesteld, en het gedeelte dat nog niet is uitgegeven in 2017, wordt ook een half jaar rente (2%) berekend, aangezien in het MIP met een half jaar rente is gerekend en aangezien er geen gemiddelde uitgaven per 1 juli heeft plaatsgevonden kan er ook voor het tweede halfjaar extra rente worden becijferd wegens onderuitputting.

De leningenportefeuille van de gemeente Eersel bestond per 31 december 2017 uit 3 vaste geldleningen; 2 afgesloten bij de Bank voor Nederlandse Gemeenten en 1 bij de Nederlandse Waterschapsbank.

Het totale schuldrestant per 31 december 2017 bedraagt € 11.241.128,--. Het totaal rentebedrag over 2017 bedraagt € 453.742,-- en het totale schuldrestant per 1 januari 2017 bedraagt € 12.085.949,--. Voor de lopende vaste geldleningen is geen vervroegde buitengewone aflossing toegestaan.

Uitzettingen

Uitzettingen op lange termijn

Resumerend kan het totale beschikbare weerstandsvermogen als volgt worden becijferd:
Bank voor Nederlandse Gemeenten (121.021 aandelen; € 2,50 nominaal) €    807.776
Brabant Water (35 aandelen + 1 in 2001 aangekocht; € 45,38 nominaal) €       1.634

Uitzettingen op korte termijn

Voor wat de uitzettingen op korte termijn betreft is in artikel 5 van het treasurystatuut aangegeven middels welke producten en bij welke financiële instellingen overtollige gelden mogen worden belegd.

Als gevolg van de invoering van de Wet Verplicht Schatkistbankieren zijn uitzettingen alleen nog toegestaan in de vorm van leningen bij en tussen decentrale overheden onderling. De wet Ruddo bepaalt echter, dat het terug uitzetten van tijdelijk overtollige aangetrokken vaste financieringsmiddelen t.b.v. projectfinanciering altijd dient te geschieden bij de financiële instelling, die de vaste financieringsmiddelen heeft verstrekt.

Kasbeheer

Nagenoeg al het betalingsverkeer vindt plaats via één bank, namelijk de huisbankier, zijnde de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG). Ook worden de liquide middelen zoveel mogelijk geconcentreerd bij de BNG, dat wil zeggen dat saldi bij andere instellingen worden afgeroomd door overboeking van saldi naar de hoofdrekening bij de BNG. Naast de hoofdrekening zijn bij de BNG enkele nevenrekeningen in gebruik voor speciale inkomsten of uitgaven (bijvoorbeeld belastingen). De saldi van deze rekeningen worden eenmaal per maand automatisch overgeboekt naar de hoofdrekening. Voor de renteberekening in rekening-courant heeft dit echter geen consequenties.

Overigens worden bij de beoordeling van de automatische afroming in het kader van schatkistbankieren de (saldi van de) hoofdrekening en de nevenrekeningen dagelijks ineen geschoven.

Wat het chartale geldverkeer betreft houdt de gemeente de contante middelen in de kassen/kluis zo laag mogelijk: het streven is er op gericht dat betalingen zoveel mogelijk giraal geschieden en daarnaast wordt in voorkomende gevallen het ‘pinnen’ aanbevolen.