De begroting kan niet los worden gezien van diverse bestuursdocumenten. Daarnaast hebben de hierna genoemde beleidsstukken eveneens als basis gediend voor de begroting 2021:

De begroting 2021 bestaat uit de beleidsbegroting en de financiële begroting

De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan (de programma’s), het hoofdstuk “Algemene dekkingsmiddelen en stelposten” en de paragrafen. De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten, de financiële positie van de gemeente, het investeringsprogramma en de meerjarenbegroting.

Indicatoren en normen

Al een aantal jaren vindt een doorontwikkeling plaats op het gebied van normen en indicatoren in onze begroting. Vanuit het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) is het sinds de begroting van 2017 landelijk verplicht gesteld een set van 39 benchmarkindicatoren in de programmabegroting op te nemen. Die set maakt:

  • de begroting inzichtelijker voor (niet-financiële) raadsleden en inwoners.
  • het mogelijk om de gemeente Eersel met alle andere gemeenten en cijfers te vergelijken.

De verplichte indicatoren zijn in de programmabegroting opgenomen bij de beleidsvelden waar zij (het meest) betrekking op hebben. De indicatoren zijn afkomstig uit bestaande (landelijke) benchmarks en onderzoeken. Indien gewenst zijn de programma’s aangevuld met eigen indicatoren. De indicatoren en de bijbehorende meetgegevens worden ontsloten via www.waarstaatjegemeente.nl. Het college heeft een voorzet gedaan voor een norm bij iedere indicator. Om continuïteit in de verantwoording en monitoring te borgen is het van belang deze set indicatoren en normen ook als basis voor de begroting van 2021 te hanteren. De raad is vrij om voorstellen te doen tot wijzigingen van normen. De meetgegevens voor de eigen (subjectieve) indicatoren worden verkregen aan de hand van de burgerpeiling en ondernemerspeiling. Daar waar onder een norm waarden tussen haakjes staan, betreft het de meest recente werkelijke cijfers/scores. Er zijn in deze begroting indicatoren en normen vervallen/gewijzigd. U heeft dit in de voorjaarsnota 2021-2024 kunnen vernemen of ziet dit bij de tabellen in deze begroting. Komend jaar gaat een werkgroep (ambtenaren/raad) aan de slag met de actualisatie van de normen en indicatoren.

Bij de programma’s gaat het in eerste instantie om de inhoud van het beleid. Vanzelfsprekend is ook de financiële ruimte belangrijk. In het programmaplan zijn de beoogde maatschappelijke effecten van de indicatoren vermeld, evenals de (prestatie)normen die daarop betrekking hebben.

In de programma’s wordt ingegaan op de diverse beleidsterreinen waar de gemeente mee te maken heeft. De raad kan de begroting onder meer gebruiken als instrument van planning en control, om de voortgang van de uitvoering van de programma’s en de daarin opgenomen beleidsdoelstellingen te monitoren en indien nodig en gewenst bij te sturen. Hierdoor gaan kaderstelling en controle hand in hand.

Maatschappelijke effecten, indicatoren en normen

In deze programmabegroting zijn de volgende uitgangspunten per programma gehanteerd:

  • Gewenst maatschappelijk effect(en) is (zijn) duidelijk geformuleerd;
  • Gewenst maatschappelijk effect(en) wordt (worden) uitgesplitst in subdoelen;
  • Meetbare indicatoren worden opgenomen die iets zeggen over de mate waarin het gewenste effect is/wordt gerealiseerd;
  • Opgenomen indicatoren uit de begroting zijn (op termijn) daadwerkelijk te monitoren, zodat verantwoording hierover mogelijk is;
  • Per indicator is een (minimum)norm geformuleerd.
  • Een directe koppeling wordt gelegd tussen datgene wat we willen bereiken en datgene wat we daarvoor gaan doen in het betreffende begrotingsjaar.

In de programmarekening wordt vervolgens aan de hand van kleuren in de tabel aangegeven of de gestelde normen zijn gerealiseerd.

De opbouw van de programma’s

Omschrijving programma

Hierin wordt omschreven wat onder het betreffende programma wordt verstaan. De productgroepen (beleidsterreinen) die onder het programma vallen zijn ook aangegeven.

De drie w’s: Wat willen we bereiken en Wat gaan we daarvoor doen?

Per programma zijn de beoogde maatschappelijke effecten aangegeven, welke moeten worden bereikt door de uitvoering van het beleid. Het beleid ligt vast in verschillende notities. In een rubriek zijn indicatoren aangegeven voor de beoogde maatschappelijke effecten. Bovendien is een rubriek opgenomen waarin (prestatie)normen zijn vermeld, die moeten worden gehaald. Direct hieraan gekoppeld is wat gedaan zal worden om de doelstellingen te bereiken, met andere woorden: welke specifieke activiteiten moeten hiervoor verricht worden.

Wat mag het kosten?

Ieder programma kent baten en lasten. Autorisatie door de raad vindt plaats op het niveau van de onderscheiden programma’s, welke zijn ingedeeld in productgroepen. De uitgaven welke ten laste van de reserves zijn gebracht, zijn opgenomen bij de lasten en baten van de desbetreffende productgroep. Verder zijn de investeringen voor 2021 opgenomen.

Indien de raad instemt met de begroting, worden dus tevens de investeringskredieten voor het jaar 2021 beschikbaar gesteld, mits er geen uitzonderingen zijn gemaakt in het meerjarig-investeringsprogramma.

De programma’s 10 en 11

Het programma Algemene baten en lasten en het programma Overhead hebben een andere opbouw dan de overige programma’s. Hierin wordt alleen een overzicht van de financiële middelen gegeven.

De paragrafen

In de paragrafen worden de beleidsmatige aspecten van diverse beheersinstrumenten aangegeven. Bedoelde instrumenten vallen ook onder één of meer programma’s. Voor een totaalinzicht in de positie van de gemeente is het van belang dat deze dwarsdoorsnede wordt gemaakt.

Hieronder wordt kort ingegaan op de diverse paragrafen.

  1. Lokale heffingen. 
    Hierin wordt een toelichting gegeven op alle belastingen en heffingen van de gemeente Eersel

  2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
    In deze paragraaf gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is middelen vrij te maken om tegenvallers te kunnen opvangen. Aangegeven wordt welke risico’s de gemeente loopt, welke middelen beschikbaar zijn bij tegenvallers en welk beleid de gemeente heeft ten aanzien van deze aspecten.

  3. Onderhoud kapitaalgoederen
    In dit onderdeel wordt ingegaan op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, groen en verlichting, de zogenaamde kapitaalgoederen. Deze paragraaf is onder meer een instrument om onderhoud systematisch aan te pakken. Het spreekt voor zich dat de instandhouding van de kapitaalgoederen van essentieel belang is voor de realisering van verschillende programma’s, zoals ‘verkeer en vervoer’ en ‘onderwijs en educatie’.

  4. Treasury
    De paragraaf is bedoeld om de uitvoering van de treasuryfunctie te volgen, welke functie als volgt kan worden gedefinieerd: ‘Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s’.

  5. Bedrijfsvoering
    Bij de bedrijfsvoering gaat het om de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de gemeentelijke organisatie op basis van een bedrijfsvoeringfilosofie (bijvoorbeeld rechtmatig, betrouwbaar, transparant, doelmatig en doeltreffend).

  6. Verbonden partijen
    Dit onderdeel moet inzicht geven in de zogenaamde verbonden partijen: ‘Participaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en waarmee financiële belangen zijn gemoeid’. Hiermee worden bedoeld de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en privaatrechtelijke rechtspersonen. Partijen waarin de gemeente én een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

  7. Grondbeleid
    Het grondbeleid is enerzijds van belang voor de doelstelling van verschillende programma’s en anderzijds vanwege de financiële belangen en risico’s voor de gemeente.

De financiële begroting

In het overzicht van baten en lasten is aangegeven tot welke bedragen de raad het college heeft geautoriseerd bij de begroting. Het is een overzicht van de baten en lasten per programma, waarbij afzonderlijk is aangegeven welke onttrekkingen en toevoegingen aan reserves er per programma plaatsvinden.

In het onderdeel financiële positie wordt ingegaan op het gevolgde begrotingsbeleid (inclusief de uitgangspunten), de jaarlijks terugkerende arbeidskosten, de investeringen, de reserves en de meerjarenbegroting.

De ‘financiële positie’ en de paragraaf “weerstandsvermogen en risicobeheersing” geven samen antwoord op de vraag hoe gezond de gemeente financieel is, of aan alle verplichtingen kan worden voldaan en of er dan nog ruimte is om eventuele tegenvallers op te vangen.

De totale inkomsten en uitgaven en de batige saldi zien er voor de periode 2021-2024 als volgt uit:

  2021 2022 2023 2024
Inkomsten 48.162.238 45.958.579 45.669.111 45.607.041
Uitgaven 48.117.182 45.812.632 45.712.182 45.788.201
Exploitatiesaldi +45.056 +145.947 -43.071 -181.160
Waarvan incidenteel 32.312      
Structurele saldi +12.744 +145.947 -43.071 -181.160

In de begroting 2021 is het batig exploitatiesaldo voor 2021 ad € 45.056 toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar.

Bijlagen

Conform de vastgestelde beleidsnota reserves en voorzieningen moet jaarlijks bij de begroting en jaarrekening enkele gegevens per reserve en voorziening worden geactualiseerd. Het overzicht Reserves en voorzieningen maakt in de vorm van een bijlage deel uit van de begroting en jaarrekening.

Tevens is er een verplicht overzicht van de baten en lasten per taakveld als bijlage opgenomen.