Veel gestelde vragen: wind

1. Windenergie & De Kempen

1.1 Hoeveel energie moeten we opwekken?
De Rijksoverheid wil in 2020 een windenergievermogen van 6.000 MegaWatt (MW) behalen. Dat staat gelijk aan 2.000 tot 3.000 windturbines die 3 tot 4 miljoen huishoudens van elektriciteit voorzien. Iedere provincie neemt een deel hiervan voor zijn rekening. De windrijke provincies zoals Friesland en Zuid-Holland meer dan de regio’s waar het minder waait. Binnen het kader van het Energieakkoord hebben Rijk en provincie afspraken gemaakt over de verdeling.De provincie Noord-Brabant heeft afgesproken om 470,5 MW aan windvermogen te realiseren. De Kempengemeenten willen hier een bijdrage aan leveren.

1.2 Waarom ook molens op het land en niet alles op zee?
Naast windenergie op land wordt volgens afspraken in het Nationaal Energieakkoord ook fors ingezet op wind op zee. Om aan de afspraken uit het akkoord te kunnen voldoen is een mix van meerdere energievormen nodig. Wind op zee is vooralsnog aanzienlijk duurder per eenheid opgewekte elektriciteit (kWh), doordat de bouw, fundering en onderhoud van windturbines, en de aanleg van elektriciteitskabels op zee duurder is.
Eind 2012 was in Nederland circa 2.200 MW aan windvermogen gerealiseerd. Naast grote windparken van meer dan 100 MW moeten ook kleinere windparken worden gerealiseerd om de doelstelling te halen. Het is dus de doelstelling 6000 MW én op zee én 6000 MW op land.

1.3 Hoeveel windturbines worden er geplaatst in de Kempen?
Dat is nog niet bekend.

1.4 Waar komen de turbines te staan? 
Dat is nog niet bekend. In het haalbaarheidsonderzoek zijn kansrijke ontwikkelgebieden in beeld gebracht. De definitieve locatiekeuze hangt af van de initiatieven die er ontstaan. Deze moeten natuurlijk wel voldoen aan de uitgangspunten van de gemeenten.

1.5 Zijn de Kempengemeenten geschikt voor het opwekken van windenergie? 
Ja, de Kempengemeenten zijn geschikt voor het opwekken van windenergie.  De opgewekte stroom kan verkocht worden en daarmee wordt, in combinatie met SDE- subsidie, een business case gemaakt. 
In Nederland land waait het ten opzichte van de rest van Europa relatief hard. Hierdoor is in heel Nederland windenergie goedkoper dan in veel andere Europese landen.

1.6 Wat wordt bij de ontwikkeling van windenergie verstaan onder grootschalig?
Grootschalige windparken worden gedefinieerd als parken waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is. Op grond van de provinciale verordening ruimte Noord-Brabant wordt alleen medewerking verleend aan windparken van ten minste drie windturbines.

2. Geluid & hinder 

2.1 Wat voor soort hinder wordt veroorzaakt door windturbines?
De effecten geluid en slagschaduw worden bij windturbines vaak genoemd. De hinder is sterk afhankelijk van waar u woont en waar u hinder van ervaart. Wij vinden het belangrijk dat initiatiefnemers hierover het gesprek voeren met omwonenden. Ook als gemeente zijn wij daarbij betrokken om te verkennen wat de mogelijkheden zijn om eventuele hinder te verminderen. De hinder moet worden beperkt tot binnen alle wettelijke eisen. Er wordt alleen een vergunning afgegeven als hieraan voldaan wordt.

2.2 Hoeveel geluid maakt een windturbine en hoe wordt dit bepaald? 
Als het zacht waait, staat de windturbine nagenoeg stil en maakt hij (bijna) geen geluid. Als het hard waait, neemt ook het achtergrondgeluid (van bijvoorbeeld wegen en blaadjes aan de bomen) sterk toe. Bij windkracht 3 tot 6 is het aerodynamische geluid van de rotorbladen die draaien in de wind hoorbaar.
De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van geluidsarme windturbines. Dit is bereikt door betere geluidsisolatie, verlaging van het toerental en een verbeterd ontwerp van de rotorbladen.
Om geluidsoverlast voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden heeft de Rijksoverheid regelgeving opgesteld in het Activiteitenbesluit. Als grens voor het geluid van windturbines is een jaargemiddelde waarde van maximaal 47 dB Lden en 41 dB Lnight vastgelegd. Deze waarde geldt op de gevel van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen.
Geluid is één van de milieuaspecten waarvoor de effecten van het windpark in het MER in beeld worden gebracht. Dit gebeurt door een zogenaamd akoestisch onderzoek. Op basis van een wettelijk voorgeschreven model wordt het geluid naar de omgeving berekend, rekening houdend met het geluid dat de windturbine produceert (het bronvermogen) en de specifieke eigenschappen van de omgeving.

2.3 Wat wordt verstaan onder slagschaduw? 
Windturbines veroorzaken als gevolg van de draaiende rotor een bewegende schaduw, de zogenoemde slagschaduw. Voor slagschaduw die valt op ramen van woningen is een landelijke norm gesteld in de Activiteitenregeling milieubeheer. De norm schrijft voor dat op gevels van woningen die ramen bevatten niet meer dan 17 keer per jaar meer dan 20 minuten slagschaduw mag optreden. Een strenge uitleg van deze norm is: de maximale slagschaduw die een woning mag ondervinden is gelijk aan 17 x 20 minuten, oftewel 340 minuten, oftewel 5:40 uur per jaar. Hoe meer woningen er dichtbij het windpark gelegen zijn, des te vaker zullen de windturbines moeten worden stilgezet om aan de slagschaduwnorm te voldoen. Op afstanden vanaf ca. 400 meter kan met zekerheid worden gezegd dat de rentabiliteit van het project niet in gevaar komt als gevolg van de opgelegde stilstand die volgt uit de norm

2.4 Is laagfrequent geluid dat wordt veroorzaakt door windturbines gevaarlijk? 
Bijna alle geluidsbronnen produceren naast hoger frequent geluid ook laagfrequent geluid. ‘Gewoon’ geluid ligt meestal in het frequentiegebied tussen 400 en 2500 Herz (Hz). Laagfrequent is geluid met een frequentie beneden 100/125 Hz. Het is meestal mechanisch gegenereerd geluid. Het geluid van windturbines bestaat ook uit verschillende frequenties van geluid, waaronder laagfrequent geluid opgewekt door de rotor van een windturbine.

Overdracht door de grond vindt niet plaats, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van de trillingsniveaus in de bodem rond windturbines. Laagfrequent geluid wordt al meegenomen in de huidige regelgeving voor windturbines, die uitgaat van het hele geluidkarakter van windturbines. De Nederlandse norm geeft een mate van bescherming tegen laagfrequent geluid die vergelijkbaar is met de Deense norm.

2.5 Wordt rekening gehouden met opgetelde effecten van de windturbines? 
In de onderzoeken wordt rekening gehouden met het totale effect van de opstellingen van windturbines. Dit wordt ook wel het cumulatieve effect genoemd. De effecten worden derhalve niet per windturbine bepaald maar, afhankelijk van het alternatief, van alle windturbines die in een alternatief zijn voorzien.

3. Technisch & Financieel 

3.1. Hoe hoog zijn de turbines? 
In Noord-Brabant waait het minder hard dan in de provincies aan de kust. Toch is er nog voldoende wind aanwezig, zeker in de hogere luchtlagen. In vergelijking met het westen van het land zullen de molens meer de hoogte in moeten. Hoe hoog de molens uiteindelijk worden, dat is nog niet bekend.

3.2 Hoeveel energie wekken de windturbines op?
Een gemiddelde windturbine heeft een geïnstalleerd vermogen van circa 3 MW (3.000 kW). Een windturbine van 3 MW produceert per jaar ongeveer 6.000.000 tot 7.500.000 kWh aan elektriciteit, dat is de elektriciteit voor 1.800 tot 2.200 huishoudens (uitgaande van een elektriciteitsverbruik van 3.500 kWh per huishouden).
De opbrengst van een windturbine hangt onder andere af van het rotoroppervlak, de hoogte van de turbine, de locatie van de turbine en de tijdsduur dat de turbine draait.Tegenwoordig bestaan er zelfs windturbines van 8 MW.

3.3 Is windenergie financieel rendabel?
De opbrengst van een windturbine wordt bepaald door de verkoop van de opgewekte elektriciteit en de kosten voor de investering en exploitatie van de windturbines. Gas- en steenkolencentrales produceren goedkoper elektriciteit dan windturbines. Windenergie kan daardoor op dit moment niet concurreren met fossiele/grijze energie. Het Rijk stimuleert daarom opwekking van duurzame energie met de zogenaamde SDE+-regeling waardoor o.a. windenergie mogelijk wordt.
Uitgaande van de kostprijs is windstroom de goedkoopste vorm van schone energie: stroom van zonnepanelen is duurder dan stroom van windturbines.

3.4 Wat is de energetische terugverdientijd van windturbines? 
De energetische terugverdientijd is de tijd dat een windturbine in werking moet zijn om net zo veel energie opgewekt te hebben als nodig was om deze zelfde windturbine te produceren, transporteren en te plaatsen. De energetische terugverdientijd van windturbines ligt tussen de 3-6 maanden.
De energetische terugverdientijd is niet het zelfde als de financiële terugverdien tijd. De financiële terugverdientijd van een windturbine hangt erg af van de betreffende business case. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het terugverdienen van aanschaf- en onderhoudskosten van de windturbine.

4. Milieu

4.1 Wat is het effect van windturbines op natuur, onder andere vogels en vleermuizen? 
Windturbines hebben invloed op natuur en dieren. Daar zal ook rekening mee worden gehouden. De flora- en faunawetgeving stelt daar ook voorwaarden aan. Welke invloed windenergie heeft moet nog per locatie worden onderzocht.

4.2 Kunnen windmolens gerecycled worden na gebruik?
Ja, het veel van de restmaterialen kunnen gerecycled worden, zoals bijvoorbeeld het gebruikte staal en andere metalen. Het materiaal van de wieken (een composiet) is lastiger te recyclen. Daar wordt momenteel wereldwijd onderzoek naar gedaan.

De ‘schrootwaarde’ van windturbines levert voldoende op om de locatie in originele staat terug te brengen.

5. Veiligheid 

5.1 Hoe zit het met de veiligheid van de windturbines? 
Windturbines moeten aan zeer strenge wettelijke veiligheidseisen voldoen. Hierop wordt getoetst bij de aanvraag en verlening van de vergunningen. Wij houden rekening met de wettelijke en onderzochte veiligheidseisen en plaatsen turbines op gepaste afstand van woningen of andere functies waar mensen verblijven of die gevoelig zijn.

5.2 Vormen windturbines een gevaar voor luchtballonnen?
Luchtballonvaarders houden rekening met de objecten in de omgeving (denk aan windturbines, hoogspanningskabels, gebouwen), windrichting en  weersomstandigheden. Zij kiezen afhankelijk hiervan een geschikte en veilige opstijglocatie.